Hoe wij ons vermogen om anders te denken hebben verloren

Ineens was ik weer zestien. Zojuist had ik mijn mondeling Engels gedaan en de docent was met zijn collega’s aan het overleggen of ik een acht of een één zou krijgen. How come? Niemand schreef in die tijd zelf een boekverslag. Elke leerling schreef (gewoon met pen op papier) het verslag van anderen over, veranderde een paar woorden en wijzigde de volgorde een beetje, schreef zijn eigen naam erboven en leverde dat in.

Ik was in de rebelse periode van mijn pubertijd en weigerde hier nog langer aan mee te doen. Ik schreef dus geen boekverslagen over, maar legde oude verslagen van anderen onder het krakkemikkige schoolkopieerapparaat– met hun naam er nog op. Tijdens mijn mondeling hadden voor de docent 12 boekverslagen gelegen in verschillende handschriften van verschillende medeleerlingen. Waarom ik misschien toch die acht zou krijgen was omdat ik wél al mijn boeken had gelezen en ook alle vragen probleemloos had kunnen beantwoorden, hetgeen achteraf gezien toch echt het leerdoel had moeten zijn.

Ik moest aan deze heikele situatie denken toen ik in het kader van een project rondom onderwijsvernieuwing dat ik momenteel leid, het filmpje zag van Ken Robinson getiteld Changing Education Paradigms. Ontnamen we leerlingen vroeger – en ook nu nog in veel gevallen - in de loop der jaren al hun creativiteit en divergent thinking, tegenwoordig willen we in opleidingsland deze creativiteit en het vermogen anders te denken juist wel benutten. Zo ontwikkelen we nieuwe didactische modellen waarin dit weer mogelijk wordt. Vraaggestuurd onderwijs of het leren in leerteams zijn daar voorbeelden van. Het filmpje laat zien hoe wij op basis van de geschiedenis (met name de Industriële Revolutie) ons onderwijs jarenlang hebben ingericht volgens een vast stramien met weinig ruimte voor de leerbehoeften van leerlingen. En het laat vooral zien waarom dat in deze tijd niet meer werkt. Ik werd ineens weer zestien doordat ik mijzelf herkende in de oude paradigma’s die voorbij kwamen en opnieuw de onrechtvaardigheid voelde van wat daar toen gebeurde. Want alle goede aflopen in de meeste verhalen ten spijt kreeg ik gewoon een één en moest ik in de zomervakantie voor straf nog drie boeken Engels lezen.

Goed, ook een rebelse puber kent haar grenzen en na de zomervakantie had ik keurig drie boekverslagen overgeschreven met mijn eigen naam erboven. Ofschoon ik geen letter meer gelezen had van de opgegeven boeken, was mijn docent tevreden. Hij had mij immers (bijna) terug het keurslijf in gekregen en daar was ie nog trots op ook.