Plofgras

Het is begin november en op het platteland stinkt het naar gier. Voorbereidingen voor de winter zeker, zeg ik tegen de man naast me. Hij legt me uit dat er het hele jaar door wordt gegierd. Zeker op de stukken grond waar gras wordt gekweekt . Dat moet wel vier tot vijf keer geoogst kunnen worden en een regelmatige zwieper gier laat het gras letterlijk uit de grond schieten. "Dus er ligt in onze achtertuinen gewoon ordinair plofgras?", vraag ik hem ontsteld. Mopperend constateer ik dat er nergens meer tijd voor is en dat ook het gras tegenwoordig de grond uit wordt geduwd.

Later die dag bedenk ik me dat ik misschien ook maar plofcoachtrajecten moet gaan aanbieden: detecteer het probleem, kies uit de vijf opties die ik je voorleg, negeer de spanning en pas ze toe. Ik zou je als coach onder druk zetten als je te lang hapert of als je je angst laat zien. En als jij jezelf tussendoor niet vaak genoeg op de borst slaat, doe ik dat gewoon even voor je. Alles om jou met een goed gevoel geploft en wel na een uurtje weer gedag te zeggen.

Bij de gedachte alleen al stuit ik op zoveel weerstand in mijzelf dat ik het idee gelijk weer laat varen. Nee, als ik al van een zwieper gier gebruik maak, is die erop gericht jou weer in contact te brengen met je vermogen om zelf op een door jou gekozen moment een verandering in gang te zetten. En ja, soms doe je dat  binnen een uur en soms neem je daar meer tijd voor. Geen grasspriet groeit hetzelfde.