De makke van een linkshandige

Ik verbaas me soms nog over het effect van het linkshandig zijn en in welke lullige situaties je daardoor soms terecht komt. Iedereen die links is, herkent het wel: die prachtige vulpen die je moet laten liggen omdat je met je hand direct over het geschrevene wrijft, de tennisleraar die jou niet voor kan doen hoe die forehand met links nu precies gaat, scharen waarvan je een pijnlijke duim krijgt omdat de schuine kant bij je linkerhand geen effect heeft en superdure messen met de snijkant aan de verkeerde kant waardoor je die schijfjes komkommer toch alleen maar scheef kunt produceren. Ik schrijf dus met goedkope balpennen, heb het tennis opgegeven, laat mijn kinderen het knipwerk doen en gooi alle groente gewoon door een keukenapparaat als ik gelijke plakjes wil. 

Het toppunt van lulligheid voor een linkshandige overkwam mij echter pas vrij recent. De voorwaarde voor deze lulligheid is dat je gehaast bent en geen tijd hebt logisch na te denken. Ik ben dus aan het rennen door een stationshal om een trein te halen. Ik weet dat op steeds meer stations de toegangspoortjes naar de perrons dicht zijn en zoek al rennende m’n ov-chipkaart in mijn tas, sprint naar de dichte poortjes en volkomen natuurlijk scan ik met mijn linkerhand zoals een rechtshandige dat zou doen: het scanapparaatje het dichts bij je hand. Dan gebeurt er dus niets. En terwijl ik tegen het poortje duw, zenuwachtig nog een keer mijn kaart scan roept achter mij een andere gehaaste reiziger ‘JÉÉÉJZUS’ en wijst naar het poortje links van mij. Dat staat keurig open. Heb je ‘m? Mooi, je bent nu dus gewaarschuwd: als linkshandige altijd kruislings je OV-chipkaart scannen.