Bouwvakkers en bijgeloof

Elke ochtend fiets ik langs een bouwterrein waar langzaam een groot gebouw verrijst. In de nok van de bouwkeet aan de rand van het terrein hangt een bordje met daarop het aantal maanden dat de bouw nog gaat duren. Ik weet inmiddels dat het bordje rond de vijfde van elke maand vervangen wordt en ik ben vast niet de enige fietser die dit weet. Zo ben ik met de bouwvakkers en nog een hele hoop andere passanten aan het aftellen tot het moment nul zonder dat we dat van elkaar weten.

Deze week was het weer tijd voor een nieuw bordje. Maand nummer dertien was aan de beurt en uit de verte zag ik al dat het bordje op z’n kop hing. Ik fietste er verbaasd langs. Van voetballers, zangers en acteurs had ik vaker gelezen over allerlei rituelen om het ongeluk af te wenden. maar bij bouwvakkers had ik daar nog niet bij stilgestaan. Ik bleef er de hele dag een beetje aan denken. Ja zo gek was het eigenlijk niet, zeker niet als ik zag op welke hoogte de werklui de dag doorbrachten. Een val naar beneden was niet heel aantrekkelijk en als dat voorkomen kon worden door de dertien op z’n kop te hangen dan zou ik dat ook doen. Allerlei klein ongeluk, zoals op je duim slaan, in je vingers zagen of een stapel bakstenen op je grote teen laten landen: deze maand zou het in ieder geval niet gebeuren.

De omgekeerde dertien verklaard, fietste ik aan het einde van de dag weer naar huis en passeerde de bouwkeet. De dertien hing rechtop. Niks bijgeloof dus, maar gewoon een flauwe bouwvakkersgrap. Mij bekroop een wat onheilspellend gevoel. Of het verstandig was om met het getal dertien zulke grappen uit te halen: ik weet het niet. Zal toch blij zijn voor alle bouwvakkers als de twaalf er over een maand hangt.