Geluksmoment van een bowlingbal

Mij overkomt het vaak in de auto. Het maakt niet uit of ik naar een bijzondere bestemming rij, het hoeft niet per sé mooi weer te zijn, het landschap om me heen mag wijds zijn of onzichtbaar door dikke mist,  de radio mag aan of uit staan en het gezelschap dat zich wellicht ook in de auto bevindt, mag me afleiden of stil naar buiten kijken. Ineens overspoelt het me: een geluksmomentje.

Het begint in mijn voeten en rolt letterlijk mijn benen in, door mijn rug, naar mijn schouders en het maakt me licht in mijn hoofd. Het gevoel laat zich het best omschrijven als een gevoel dat alles goed is en klopt, dat ik hier hoor en dat ik weet wat ik hier doe. Alsof het hier-en-nu-gevoel in maximale hoeveelheid aanwezig: méér hier-en-nu dan dit is er niet.

Vandaag keek ik omhoog en zag alle ballen die ik in de lucht hou. Al langer realiseer ik me dat het er veel zijn en dat ermee jongleren een complexe uitdaging is geworden. Het hooghouden geeft me niet meer genoeg plezier, terwijl het daar oorspronkelijk om begonnen is. De meeste ballen zijn moet-ballen geworden en hebben door de tijd heen aan glans en veerkracht ingeboet. Van een paar ballen kan ik zien, dat ze niet alleen dof en donker zijn geworden, maar een grote gelijkenis met een bowlingbal hebben gekregen. Elke keer als ik deze ballen de lucht weer in moet gooien worden ze zwaarder. En terwijl ik naar dit tafereel kijk en mijn armen inspan om de confrontatie met de zwaartekracht aan te gaan, gebeurt het, zomaar ineens uit het niets: een geluksmomentje. Het intense gevoel van het in het hier-en-nu-zijn en weten wat ik hier doe, maakt, dat ik even kijk of de omgeving vrij is, een stap opzij doe, één hand naar beneden laat bungelen en de zwaarste bowlingbal naast me op de grond laat kletteren. Ik kijk ernaar en opluchting volgt het geluksmoment. Zo kan het dus ook.