Op de kapster kan ik altijd rekenen

Acht jaar geleden besloot ik terug te verhuizen van een dorp naar de stad en op een ijzig koude dag stond ik voor mijn huidige appartement te wachten op de makelaar voor een bezichtiging. Dat wachten duurde en duurde en terwijl de wind de tranen uit mijn ogen waaide, moest ik ook nog eens ontzettend plassen.

Het appartement lag boven een kapperszaak en ik vroeg de kapster of ik even gebruik mocht maken van het toilet. Ja tuurlijk mocht ik dat. Door de deur van het toilet hoorde ik de onvervalste Amsterdamse humor tussen haar en haar collega’s -  ‘Schei uit schat, ik pies in mijn panty!’, ‘ Heb je die aan dan?’ – en ik realiseerde me hoezeer ik de stad gemist had.

In de jaren erna maakten de kapster en ik korte praatjes, zwaaiden naar elkaar en stuurden elkaar Nieuwjaarswensen. Op een dag vertelde ze me, dat ze het ’s avonds in de winter best eng vond sinds de oude bakker met pensioen was. Ze was wel eens overvallen en na die gebeurtenis had de bakker het buiten goed in de gaten gehouden voor haar. Maar ja, nu de bakkerij verkocht was en met al die nieuwe flatbewoners, ze kende eigenlijk niemand meer. Zou ze misschien mijn telefoonnummer mogen, voor het geval er iets was? Ja tuurlijk mocht ze dat en omdat ze mijn voornaam te moeilijk vond om te onthouden, ‘zeker als ik in paniek je nummer moet zoeken’, kwam ik onder de 'b' van buurvrouw  in haar adressenboekje te staan.

De laatste tijd zag mijn dochter een 'raar typetje op een brommer’ steeds bij het appartement in de buurt staan. Ik vroeg de kapster of zij ook iemand had gezien. Nee, dat was niet zo ‘maar zeg je dochter, dat ze hier naartoe komt als ze bang is. Dat mag ze altijd gewoon doen. En ik heb nu ook Clyde’, zo vertelde ze mij, ‘die kan ik overal op afsturen.’ Clyde was sinds kort de mannenkapper en niet de smalste, dus ik was gerust gesteld en mijn dochter ook.

Inmiddels heeft het rare typetje een andere buurt opgezocht en Clyde heeft niet in actie hoeven te komen. Ik blijf het bijzonder vinden: de kapster en ik weten niet veel van elkaar, maar wel dat we er voor elkaar zijn als het even nodig is. Goeie buren of verre vrienden, ik ben blij dat ik niet hoef te kiezen.