Natte kranten en een stinkende hond

Het regent al dagen aan een stuk en ik ben  al mijn paraplu’s kwijt. In de hoop dat ik in mijn huis een geheime plek ontdek waar er nog eentje ligt ben ik alle kamers drie keer rondgegaan. Uiteindelijk moet ik zonder de deur uit en natgeregend stap ik de metro in. 

Ik plof op een bankje en voel na een paar minuten dat mijn broek aanvoelt alsof ik er ondersteboven mee in de regen heb gestaan. Ik sta op en trek een natte krant onder me vandaan. Die had ik even niet gezien. ‘Common Linnets nog op 2 bij bookmakers’ lees ik door de doorgelopen letters heen. De kans is groot dat dit nieuws nu in spiegelbeeld op mijn zitvlak is te lezen.

Een man met een hond stapt in. De hond stinkt en ik kijk ‘m vol medelijden aan. ‘Jij moet straks onder de douche en dat ga je niet leuk vinden’, zeg ik ‘m in gedachten. De hond blijft kwispelen en duwt zijn natte lijf tegen mijn laarzen aan. Ik kijk naar buiten en zie een verlaten stad van beton. Mijn hart wordt ermee volgestort en voelt zwaar. Een eenzame fietser in een regenpak worstelt zich door de storm heen. Ik wil ‘m vragen waarom hij dat pak aan heeft, want tegen de wind in ben je na vijf minuten trappen aan de binnenkant net zo nat als aan de buitenkant.

Op mijn mobiel zoek ik op wat de weersverwachting voor de komende dagen is. De zon gaat zich pas over drie dagen laten zien. Achter me hoor ik mensen in exotische talen praten en ik vraag me af hoe het weer in hun land is. De hond kijkt me ondertussen nog steeds verwachtingsvol aan. Ik kan zijn blik niet langer weerstaan, aai hem over zijn natte koppie en krabbel onder zijn kin. Hij kwispelt nu zo hard, dat ie bijna opstijgt. Bij de volgende halte stappen de man en de hond uit. Ik ruik aan mijn handen en hoop maar dat ze op de plek waar ik naar toe ga zeep hebben.