Als 'je best doen' is uitgewerkt

Hij liep vast in zijn promotie-onderzoek. Het woord ‘deadline’ zorgde voor zoveel stress dat hij volledig blokkeerde. Of het nu ging om het schrijven van een volgend hoofdstuk, het maken van een presentatie, bij iedere deadline dook hij het liefst zo diep mogelijk onder de dekens om er pas ná de deadline weer uit te komen. 

In het eerste gesprek dat we hadden viel het op dat hij het woord ‘proberen’ zo’n beetje om de zin gebruikte. Hij probeerde zichzelf aan het werk te zetten door vroeg op te staan en de computer aan te zetten, hij zát ook uren achter z’n computer en deed ontzettend zijn best om te structureren en te schrijven. Met weinig resultaat. De frustratie die dit veroorzaakte, hield hij binnen – daar was hij sterk genoeg voor - en een tijd lang hij struinde hij dan het internet af op zoek naar zelfhulpprogramma’s om de motivatie weer op gang te brengen.

Toen hij door middel van een scriptmatrix* zicht had op zijn dominante patroon – heel hard je best doen voor... tsja voor wat eigenlijk? - nam hij allereerst het besluit om haalbare doelen te stellen. Hij accepteerde en hield er rekening mee dat hij in de ochtend bij het aanzetten van zijn computer eerst een uurtje rommeltijd nodig had. Vervolgens zette hij zijn hoofddoel voor die dag op papier en knipte dat op in zoveel mogelijk subdoelen (het doel ‘afmaken van een artikel’ werd opgeknipt in ‘data controleren op juistheid, commentaar van X verwerken, citaat Y opzoeken, voetnoten op orde brengen’, etc). Het grote doel ‘afmaken van een artikel’ werd op deze manier overzichtelijk, hij kon kiezen uit verschillende subdoelen en hij kon regelmatig iets van zijn lijstje strepen. Hier werd hij blij van wat hem stimuleerde om een volgend subdoel aan te pakken.

De motivatie kwam nu weer uit het schrijfproces zelf en hij hoefde die niet meer daarbuiten te zoeken.

*Over de scriptmatrix kun je meer lezen in o.a. Transactionele Analyse: het Handboek van Ian Stewart en Vann Joines (2006, Life Space Publishing, Nottingham).