Valt hier nog wat te brengen?

Fietsend in de zon word ik die ochtend alleen maar ingehaald door racers. Ik vang flarden op van gesprekken als ze mij met grote snelheid passeren. ‘Daar haal ik zoveel energie uit’, hoor ik er één zeggen. Waaruit weet ik niet, maar deze zin blijft hangen. Ergens energie uithalen is tegenwoordig echt heel belangrijk. Allerlei testjes kunnen je laten zien, waar jij de meeste energie uithaalt en waar je beter bij uit de buurt kunt blijven. Ik hoor het mezelf ook regelmatig zeggen en ook ik doe de testjes.

Toch kan alleen maar energie halen ook niet de bedoeling zijn. In mijn hoofd doemt het beeld van een enorme ballon van mezelf op die alsmaar groter wordt van de energie die ik overal uithaal. Mijn lachende steeds-boller-wordende gezicht begint langzaam van de pijn te vertrekken als het punt van barsten bijna is bereikt. Heel fijn, al deze opgehaalde energie maar wat ga ik er mee doen? Lang erover nadenken kan niet meer, het klapmoment nadert, dus stort ik mijn energie op het eerste het beste project dat voorbij komt. Mijn ballon is net op tijd leeg. Terwijl het project in kwestie ook moet bijkomen van deze energy-boost moet ik half verslapt op zoek naar nieuwe situaties waarmee ik mezelf weer kan opvullen.

Hoe prettig is het dan om van te voren te bedenken waar ik mijn energie naartoe ga brengen in plaats van het te halen. Niet één of twee projecten waar ik energie uithaal en een hele vervelende klus waar ik die energie dan weer voor nodig heb, maar eerst energie brengen naar een project waarvan ik met grote zekerheid kan zeggen dat het ook weer terugkomt. En dan bedenken wat het volgende is waar ik energie naartoe ga brengen net zolang totdat het brengen en terugkrijgen een automatisme is geworden. Er ontstaat geen ik-plof-bijna-uit-elkaar-moment en ook niet het gevoel volledig leeggelopen te zijn. Met plezier ruil ik die ballon daarvoor in.