Drie keer is zelf zwemmen

Drie keer had ik ‘m die ochtend gered. De eerste keer was toen hij de wasbak in gleed en dreigde weg te spoelen door de afvoer. Het moet voor hem een reusachtige afdaling hebben geleken, als een zwarte skipiste waarop hij vaart had gekregen en niet meer kon minderen. Met mijn vinger hield ik ‘m nog net op tijd tegen en hij klampte zich met zijn pootjes aan mijn huid vast als een drenkeling aan een laatste stuk hout. Hoe dicht ik daarna mijn vinger ook op de wastafel legde, het lieveheersbeestje weigerde ervan af te gaan. 

Als een verdwaasde spurtte hij verwoed van mijn wijsvinger naar mijn middelvinger en weer terug. Steeds dezelfde route in een eindeloze zoektocht naar veiligheid. Ik bedacht me dat de gelijkenis tussen mensen en lieveheersbeestjes best groot was. 

Ik veegde het lieveheersbeestje nu zelf van mijn hand op de rand van de wastafel en onmiddellijk zette hij koers naar de muur. Als een bergbeklimmer die de Himalaya ging bedwingen startte hij zijn klim. Zijn klimattributen waren blijkbaar niet goed op orde want al na een paar centimeter viel hij naar beneden. Nu lag hij op zijn rug. Hij bewoog zijn pootjes wild en snel en draaide rondjes om zijn eigen as. Ik begreep niet hoe de natuur het lieveheersbeestje zó had kunnen programmeren, dat hij bereid was alle energie in een hopeloze actie te steken en weer viel me enige gelijkenis op. Ik besloot hem toch weer op de been te helpen en wipte hem op zijn pootjes terug.

Tot mijn schrik koerste hij af op dezelfde muur en begon opnieuw aan zijn heilloze missie. Binnen een mum van tijd lag hij weer op zijn rug in dezelfde houding. Ging ik hem een derde keer redden? Ik keek naar het wanhopige tafereel en besloot hem in ieder geval op een plek te zetten waar hij niet gelijk weer omhoog kon klimmen. Het werd het balkon. ‘Zo maatje’, zei ik, ‘alhoewel ik in jouw geval niet geloof dat drie keer scheepsrecht is, laat ik je vanaf hier toch zelf zwemmen. Ehh, klimmen… Of misschien kun je die vleugels van je wat sneller gebruiken de volgende keer’.