Glimlachend tegen de wind in

Vorige week wandelde ik met mijn partner door de storm. Een hardloopster kwam ons tegen de wind in tegemoet met een getergd gezicht en slepende benen. “Kijk jij ook zo, als je hardloopt?”, vroeg hij. 

Een paar dagen later op de dijk had ik nèt - met de wind mee  - mijn allersnelste kilometertijd ooit neergezet maar moest nu de andere kant de dijk weer op met straffe tegenwind. Na een paar honderd meter zwoegen en al mijn gewonnen tijd verspeeld realiseerde ik me: ik loop nu met een getergd gezicht.

Zoals wel vaker tijdens het hardlopen kwam er een onverwachtse gedachte boven drijven. Ik moest denken aan het anti-RSI-programma op mijn computer.  Dat programma laat me elke 10 minuten een Energizer zien die mijn handen een aantal seconden van mijn toetsenbord haalt met zinnen als “de beste beweging is de volgende” en “knipper even flink met je ogen om het weer scherp te kunnen zien”. De Energizer die ook zeker twee keer per dag voorbij komt is “glimlach even, het is wetenschappelijk bewezen, dat je je hierdoor beter voelt”.

Ik moest aan deze zin denken toen ik daar op de dijk tegen de wind in op het punt stond mijn slechtste kilometertijd ooit te lopen. En dus ging ik bewust glimlachen. Dat viel in het begin niet mee, omdat ik me alles behalve vrolijk voelde en omdat het einde van de dijk nog lang niet in zicht was. Ik bleef stug mijn mondhoeken naar boven bewegen en verdraaid: ik voelde mijn benen langzaam minder verzuren en lichter gaan lopen en ik kreeg weer aandacht voor de prachtige wereld om me heen. Een goede eindtijd is het niet meer geworden die ochtend, maar echt chagrijnig werd ik er niet van: glimlachend tegen de wind in voelt stukken beter dan vechtend, wetenschappelijk bewezen of niet.